Yin en yang zijn de twee oerprincipes die ontstaan uit de beweging en de stilte van Tao. De ultieme leegte is het oerbegin. Het bewegende oerbegin produceert het yang en op het hoogtepunt van de beweging wordt het stil. Als het stil wordt, wordt yin geproduceerd en op het hoogtepunt van de stilte ontstaat weer yang, beweging. Beweging en stilte wisselen elkaar af en elk is de oorzaak van de ander. En deze bewegingen van energie doen op hun beurt het leven/ki ontstaan. Om het leven te leren kennen volstaat het om de interactie tussen yin en yang te begrijpen en te accepteren.
Yin en yang zou je kunnen vergelijken met ons begrip van dualiteit. Yang is het actieve principe van groei, licht, mannelijkheid, hitte, hardheid en alles dat positief is. Yin vertegenwoordigt duisternis, het vrouwelijke, koude, zachtheid en alles dat negatief is. Maar in tegenstelling met de westerse statische begrippen van tegengestelden (goed en kwaad, licht en donker), zijn yin en yang niet statisch en kunnen enkel gebruikt worden in relatie met elkaar.
Alles heeft steeds een yin- en een yang kant. Het is dus niet ‘een vrouw is yin en een man is yang’ maar ‘een vrouw is meer yin dan een man’, zoals ook een oude vrouw meer yin is ten opzicht van een jonge vrouw’. In het westen is een ronde tafel rond en een vierkante tafel vierkant. In het oosten is een vierkante tafel een beetje rond. Alles draagt steeds de kiem van het ‘tegendeel’ in zich: de dag draagt de kiem van de nacht in zich, de winter de kiem van de zomer (denk maar aan de knoppen aan de bomen). Alles is relatief, niet absoluut.
Yin en yang scheppen elkaar, controleren elkaar en gaan in elkaar over. Alle leven is afhankelijk van het harmonieuze samenspel tussen yin en yang. De wisselwerking van de seizoenen en de opeenvolging van dag en nacht worden gezien als een natuurlijke aanwijzing voor de verbondenheid van yin en yang. Yin en yang worden beschouwd als krachten die weliswaar tegengesteld zijn, maar die elkaar tevens aanvullen en van elkaar afhankelijk zijn. Ze roepen elkaar in het leven en houden elkaar in stand. Als yin afneemt, neemt yang toe en omgekeerd. Niets is geheel yin of geheel yang, elk bevat de kiem van de ander, yang verandert voortdurend in yin, yin in yang.
Het is de interactie tussen deze krachten (ki) die het leven doen ontstaan. En het is het zoeken naar balans tussen deze krachten, rekening houdend met de voortdurende verandering, die ons in staat stelt evenwichtig te leven in harmonie met alles dat is
![]() |