Zenshiatsu is ontwikkeld door Masunaga en is een allesomvattende shiatsutheorie, die geworteld is in de oude taoïstische basis, het zenboeddhisme en het traditionele gebruik van shiatsu maar die ook aansluit bij de moderne psychologie.
Zenshiatsu werkt direct vanuit de stroming van ki doorheen het netwerk van meridianen en het effect ervan op lichaam, geest en emotie. De diagnose is dan ook gebaseerd op de kwaliteit en de verdeling van de energie binnen het netwerk van de meridianen door het voelen van de hara en de rug.
De meridianen zijn met elkaar verbonden in een cirkelvormig netwerk en iedere meridianenpaar vertegenwoordigt een stadium die verbonden is met een bepaalde emotie:
1. grenzen stellen en uitwisseling met de buitenwereld
Long – Dikke darm ~
vitaliteit door uitwisseling
De longen beheersen de huid die onze doordringbare grens is. De long- en dikke darmmeridiaan liggen op deze anatomische grens en vertegenwoordigen de functie van het opnemen en uitscheiden door die grens heen en zo het aanvullen van onze voorraad ki.
2. behoefte bevredigen
Maag – Milt ~
honger en bevrediging
de maag belichaamt de trek, het gevoel van een behoefte en de actie om deze te bevredigen. De Milt belichaamt het binnenhalen en omvatten van het object van onze behoefte en de afbraak tot een bruikbare vorm. Dit hoeft niet enkel voeding te zijn maar kan ook informatie, liefde, bevestiging, bezitting en status zijn. De maag voelt de trek en jaagt bevrediging na en de milt verwerft het bezit en stelt vast dat we het verworven hebben.
3. voeding assimileren en integreren
Hart – dunne darm ~ centrale beheersing en omzetting
wanneer een gewenst object is afgebroken tot een bruikbare vorm moet het nog opgenomen worden in onze identiteit. De boterham met choco moet Jan Jansen worden. Dit proces wordt uitgevoerd door hart- en dunne darmmeridiaan. De dunne darm absorbeert de voedingsbestanddelen en assimileert ze om ze als voeding te laten dienen voor het hart dat de kern is van ons wezen, ons bewustzijn.
4. vluchten voor gevaar (plots gevaar)
Blaas – nieren ~ reinigen en impuls geven
De blaas en nieren vertegenwoordigen vluchten voor gevaar en liggen aan de achterkant van ons lichaam. De nieren bieden (via de bron-ki) de drijvende kracht voor al onze handelingen, functies en stofwisselingsprocessen. Als die kracht tekortschiet of vertraagt, vertragen al onze lichamelijke functies en zo kan stagnatie de kop opschieten en afval zich ophopen. De nieren zorgen voor een reinigende kracht door de stroming en beweging in stand te houden
5. circulatie en bescherming (aanpassen aan omgeving)
Meester van het hart – drievoudige verwarmer
een plotse aanval is niet het enige gevaar dat ons bedreigt, we moeten ons ook aanpassen aan de omgeving, aan temperatuursveranderingen en onze emotionele ruimte beschermen tegen onwelkome indringers. Blaas en nieren beschermen tegen een plotselinge impuls terwijl meester van eht hart en drievoudige verwarmer ons een voortdurende bescherming geven. Samenleven in een groep is een vorm van bescherming, ook al vereist dat ook aanpassing. Elk lid vaneen groep heeft zijn eigen identiteit en functie, maar ook moet het zijn bewustzijn uitbreiden om contact met anderent e maken en een bijdrage aan de groepsidentieit te leveren. We hebben daarom sociale en emotionele mechanismen nodig om zowel het bereik van onze kern uit te kunnen breiden als om die terug te trekken wanneer dat voor extra bescherming nodig is. De drievoudige verwarmer beschermt onze buitenkant tegen gevaren van de omgeving, waaronder de invloed van andere personen. De hartbeschermer is de bekleding, die onze emotionele kern beschermt.
6. richting kiezen
Galblaas – lever
het laatste stadium is tevens de voorbereiding op een nieuwe cyclus. Tot dusver hebben we geleerd om door onze grenzen heen met het universum uit te wisselen (1), om naar voren te gaan en voeding te vinden (2), om die voeding op te nemen (3), om ons te beschermen tegen gevaar (4), en om in een gemeenschap te leven (5). Op deze manier hebben we een reservevoorraad van voeding en energie aangelegd maar hoe kunnen we deze het best gebruiken. Dit is de vraag die centraal staat in het 6de stadium. De levermeridiaan zorgt voor opslag van voedingsmiddelen en de galblaasmeridiaan voor distributie. Ze bepalen wanneer nutriënten moeten worden bewaard en wanneer ze voor distributie aan het lichaam worden vrijgegeven. In de oosterse filosofie staat lever voor het plannen maken en galblaas voor het nemen van beslissingen. Actie ondernemen om uiting te geven aan je levensplan. Wanneer deze fase niet optimaal werkt, krijgen we besluitenloosheid. De betrokken meridianen van lever en galblaas bevinden zich dan ook aan de zijkant van ons lichaam en stellen ons in staat om van de ene kant naar de andere te draaien om de verschilende mogelijkheden af te wegen.
De eerste drie stadia hebben betrekking op hoe we energie ontvangen: uit het ademen of de natuurlijke stroom van ki-uitwisseling met het universum; uit het verkijgen van voedsel of de bevrediging van onze verlangens; en uit de absorptie van dat voedsel of opname van fysieke, mentale en emotionele voeding in de kern van ons wezen.£
De drie laatste stadia beschrijven de verschillende manieren waarop we energie door ons wezen distribueren: de automatische reflex of stoot adrenaline die met overleven te maken heeft; de warme pulsatie van de circulatie die ons voedt en die de verschillende lagen van ons wezen beschermt; en het vrijmaken en verdelen van de opgeslagen reserves wanneer we die voor een bepaalde handeling nodig hebben.
![]() |